Het kort geding bij aanbesteding in de praktijk (I): van gunningsbeslissing naar vonnis
De aanbestedende dienst houdt een Europese of nationale aanbestedingsprocedure, neemt de (voorlopige) gunningsbeslissing, maar volgens één van de inschrijvers een onterechte gunningsbeslissing. Wat dan…? Vanzelfsprekend zal deze inschrijver eerst contact opnemen met de aanbestedende dienst om mede te delen dat de gunningsbeslissing naar zijn mening een onterechte gunningsbeslissing is. Maar wat als de aanbestedende dienst voet bij stuk houdt? Dan rest er enkel nog de mogelijkheid van een kort geding, waarin onder andere kan worden gevorderd dat de opdracht niet aan die andere inschrijver mag worden gegund. Hoe gaat zo’n aanbestedings kort geding in de praktijk in zijn werk?
De aanbestedende dienst heeft de inschrijvers 15 dagen gegeven om een kort geding aanhangig te maken tegen haar gunningsbeslissing. Echter, nadat de inschrijver de afwijzingsbrief heeft ontvangen, de eerste emotie heeft verwerkt en contact heeft opgenomen met de aanbestedende dienst en hierop antwoord heeft vernomen, zijn vaak de eerste 7 dagen al voorbij. Vervolgens neemt de inschrijver contact op met zijn advocaat en vraagt een eerste voorlopig haalbaarheidsadvies. Veelal nadert de 15 dagen-termijn dan al het einde ….
In het geval de inschrijver – alles afwegende, want ‘eigenlijk is er een goede relatie met de aanbestedende dienst’ – definitief heeft besloten een kort geding aanhangig te maken , dient de dagvaarding te worden opgemaakt. In de praktijk blijkt deze dagvaarding redelijk uitvoerig te zijn, nu daarin niet alleen de gestelde fouten van de aanbestedende dienst, de grondslagen van de (enkele of meerdere) onregelmatigheden, het verweer van de aanbestedende dienst en de vorderingen moeten worden opgenomen, maar ook de aanbestedingsprocedure, de (relevante) bepalingen uit het gehanteerde reglement of Richtlijn of besluit (ARW 2005 of BAO, etcetera) en eventuele relevante jurisprudentie, etcetera moeten worden beschreven.
Vaak heeft de aanbesteder in zijn brief aangegeven op welke dag de dagvaarding uiterlijk dient te worden betekend. Dit betekent dat de concept-dagvaarding 1 of 2 dagen voor die bewuste dag reeds gereed dient te zijn. De concept-dagvaarding gaat dan naar de cliënt/inschrijver en tegelijkertijd naar de rechtbank met het verzoek om een datum vast te stellen (zonder concept-dagvaarding: geen datum). Dit kan alleen wanneer de rechtbank ook beschikt over de verhinderdata van de aanbestedende dienst, deze moeten dus ook reeds tijdig worden opgevraagd bij alle partijen.
Zodra de definitieve dagvaarding gereed is (inclusief datum en inclusief alle producties), dient deze meestal voor 12.00 door de deurwaarder ontvangen te zijn, indien die dagvaarding dezelfde dag nog (vaak de vijftiende dag) dient te worden betekend………En daarna?
Daarna hoort de betreffende inschrijver een hele tijd niets tot de zitting plaatsvindt (mogelijk pas 2 à 3 weken later). In veel gevallen voert de aanbesteder pas verweer in zijn pleidooi op de zitting. Het is mogelijk dat in de tussenliggende periode de andere inschrijver (aan wie de opdrachtgever wenst te gunnen) ook nog als partij is tussengekomen of zich heeft gevoegd. De zitting duurt vaak één uur tot twee uur. De Voorzieningenrechter doet meestal twee weken na de zitting uitspraak.
mr. B. Vijverberg - februari 2011
Zie ook:
'Het kort geding bij aanbesteding (II): adequate rechtsbescherming en rechtszekerheid'
en
'Het kort geding bij aanbesteding (III): het Europese Hof 9 december 2010'