Europees aanbesteden volgens de "Europa 2020-strategie"

De media berichten dat onze bouwsector in 2012 verder zal gaan krimpen; de woningbouw met 4,5% en de utiliteitsbouw zelfs met 8%.[1]Dat de crisis in geheel Europa een ‘hot item’ is, blijkt wel uit het feit dat Brussel in het kader van haar “Europa  2020-strategie”, de aanbestedingsrichtlijnen wil vereenvoudigen en de efficiëntie en effectiviteit ervan wil verhogen zodat de aanbestedingsregeling beter aansluit bij onder andere de huidige economische ontwikkelingen. Indien het voorstel[2] volgens planning wordt aangenomen, zal deze medio 2014 in onze nationale wetgeving moeten worden geïmplementeerd.
 
Europa 2020-strategie
De huidige Europese markt is, ten opzichte van vóór de implementatie van de huidige aanbestedingsrichtlijnen, transparanter en daardoor meer concurrerend. In dat opzicht hebben de huidige aanbestedingsrichtlijnen hun doelstellingen grotendeels bereikt. Om vervolgens in te spelen op de huidige politieke, sociale en vooral economische ontwikkelingen, heeft Brussel de ‘Europa 2020-strategie’ uiteengezet, gericht op slimme, duurzame en inclusieve groei. Deze strategie is gebaseerd op drie prioriteiten, namelijk: het ontwikkelen van een op kennis en innovatie gebaseerde economie, het bevorderen van een duurzame, maar concurrerende economie en het stimuleren van een economie met o.a. veel werkgelegenheid.

Herziening aanbestedingsrichtlijnen
Om deze prioriteiten te bereiken, moeten de Europese Aanbestedingsrichtlijnen worden herzien. Hiertoe heeft Brussel dan ook een voorstel gedaan met de bedoeling om enerzijds aanbestedende diensten meer flexibiliteit te geven door gestroomlijnde, efficiëntere procedures en anderzijds door aanbestedende diensten in staat te stellen overheidsopdrachten beter te gebruiken ter ondersteuning van maatschappelijke doelen zoals bevordering van de werkgelegenheid.  
 
De gang naar de herziening van de aanbestedingsrichtlijn is reeds ingezet op 27 januari 2011 wanneer de Commissie het Groenboek betreffende de modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten – Naar een meer efficiënte Europese aanbestedingsmarkt publiceerde. De resultaten van de openbare raadpleging die eindigde op 18 april 2011, zijn vervolgens ter discussie gesteld op een openbare conferentie op 30 juni 2011. Het onderhavige voorstel is op 20 december 2011 door de Europese Commissie gepresenteerd.  Overigens zal de Europese Commissie een aparte Concessierichtlijn voorstellen voor de gunning van concessies voor diensten en werken (DAEB).
 
Belangrijkste veranderingen
Omdat het in het kader van dit artikel te ver voert om iedere wijziging – inhoudelijk of slechts tekstueel – te behandelen, beperk ik mij tot een aantal van de belangrijkste wijzigingen.
 
De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op het hoofddoel, namelijk vereenvoudiging en versoepeling van de regels en de procedure. De uitbreiding van elektronische communicatie en daarmee de vermindering van administratieve lasten, wordt gestimuleerd doordat de voorgestelde richtlijn elektronische doorzending van aankondigingen en -beschikbaarstelling van aanbestedingsdocumenten verplicht. De overgang naar algehele elektronische communicatie zal binnen twee jaar verplicht worden gesteld in alle aanbestedingsprocedures.
Een andere belangrijke wijziging in dat licht, betreft de inkorting van de termijnen voor deelneming en indiening van inschrijvingen waardoor een snellere en gestroomlijnde aanbestedingsprocedure mogelijk is. Ook is het onderscheid tussen selectie- en gunningscriteria flexibeler gemaakt.
 
Een ander doel van de voorgestelde richtlijn is het bevorderen van de toegang tot overheidsaanbestedingen voor kleine en middelgrote ondernemingen. Hiertoe worden aanbestedende diensten verzocht om overheidsopdrachten op te delen in percelen om ze toegankelijker te maken voor het midden- en kleinbedrijf. Ook biedt de richtlijn lidstaten de mogelijkheid om aanbestedende diensten te verplichten rechtstreeks aan onderaannemers te betalen in plaats van via de hoofdaannemer. 
 
En hoewel wij in Nederlands reeds een toezichthoudende instantie hebben ten aanzien van het mededingingsrecht (NMa), hebben we nog geen toezichthoudende instantie ten aanzien van aanbestedingen. In de voorgestelde richtlijn, wordt aangekondigd dat de aanbestedende diensten voortaan verplicht zijn om de tekst van de gegunde opdracht toe te zenden aan een dergelijke toezichthoudende instantie. Iedere lidstaat dient derhalve zorg te dragen voor een toezichthoudende instantie én een kenniscentrum. Voor de invoering van een dergelijke instantie, de Nederlandse Aanbestedingsautoriteit, is reeds eerder gepleit.[3]
 
Korte blik op de toekomst
Hoewel het voorstel een aanzienlijk aantal wijzigingen omvat c.q. hiertoe de mogelijkheid biedt, houdt het voorstel geen omwenteling in van het huidige aanbestedingsrecht. De beoogde herziening beantwoordt wel aan het hoofddoel in die zin dat inderdaad voornamelijk de procedures worden gestroomlijnd, versoepeld en vereenvoudigd. Onzes inziens brengt deze versoepeling geen essentiële veranderingen teweeg ten aanzien van ons nationale aanbestedingsrecht, maar vereenvoudigt het wél de praktijk van het aanbesteden.
 
Februari 2012
 
door: mr. M. Jilsink
Contactpersoon: mr. P.W.H. van Wijmen

[1] Klik hier voor het bronartikel
[2] Europese Commissie, ‘Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gunnen van overheidsopdrachten’, Brussel 20 december 2011, COM(2011) 896 definitief, 2011/0438 (COD).
[3] M.A. van Wijngaarden, ‘Hoofdstukken Bouwrecht. Aangenomen werk. Liber Amicorum’, Stichting Instituut voor bouwrecht, 2003, p 86.