Gemeente Eindhoven veroordeeld voor vertragingsschade

De Hoge Raad heeft bij arrest van 22 oktober 2010 het eerdere standpunt van Hof en Rechtbank bekrachtigd, dat de gemeente Eindhoven onrechtmatig heeft gehandeld jegens een vergunninghouder door veel te laat te beslissen op bezwaar. Als gevolg daarvan dient de gemeente aan de vergunninghouder € 126.033,47 te vermeerderen met rente en kosten te betalen.

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Bosch had in de bezwaarfase een bouwvergunning geschorst tot 6 weken na de beslissing op bezwaar. De termijn voor het beslissen op bezwaar bedraagt 6 weken (artikel 7:10 Awb) of 10 weken, indien een bezwaarschriftcommissie is ingesteld. De gemeente Eindhoven had hiervoor echter 29 weken de tijd genomen, met alle vertragingsschade voor de vergunninghouder van dien. Het Hof acht deze handelswijze in navolging van de Rechtbank onrechtmatig jegens de vergunninghouder en oordeelt:

“Nu de gemeente de periode waarin zij nalatig was te beslissen op het bezwaar heeft laten oplopen tot 24 weken (en meer) is ook zonder dat [bedrijf 1] de gemeente vooraf heeft geactiveerd tot beslissen, het nalaten van de gemeente jegens [bedrijf 1] onrechtmatig te achten.”

De Hoge Raad oordeelde dat het beroep van de gemeente op het beginsel van formele rechtskracht niet op gaat omdat de termijnoverschrijding - anders dan het Hof had aangenomen - niet beschouwd kan worden als een onderdeel van de wijze van totstandkoming van de beslissing op bezwaar in die zin dat de termijnoverschrijding onder de formele rechtskracht van die beslissing zou vallen. De Afdeling verwijst in dit kader naar haar uitspraak van 21 juli 2010, waarin zij oordeelde dat een belanghebbende niet gehouden is bezwaar te maken tegen een begunstigend besluit teneinde de onrechtmatigheid van het niet tijdig nemen van dat besluit aan de orde te stellen, en dat een eventuele mogelijkheid om het onrechtmatig karakter van de wijze waarop een reëel beslut tot stand is gekomen in een procedure tegen dat besluit aan de orde te stellen, niet betekent dat het eventuele niet tijdig beslissen voor rechtmatig moet worden gehouden in die gevallen waarin geen bezwaar of beroep is ingesteld tegen het reële besluit.

De in de wet opgenomen beslistermijn betreft een termijn van orde; er rust dus in beginsel geen sanctie op het niet tijdig beslissen op bezwaar. Dit resulteerde er in de praktijk in dat gemeenten schijnbaar ongelimiteerd de ruimte namen om een beslissing te nemen. Deze ruimte is met dit arrest ingeperkt. Ingeval van een ruimschoots overschrijden van de beslistermijn, is de gemeente aansprakelijk voor de hierdoor geleden vertragingsschade. De formele rechtskracht van het betreffende besluit staat hieraan niet in de weg.