De Crisis- en herstelwet van kracht
De Eerste Kamer heeft dinsdag 17 maart de Crisis- en herstelwet aangenomen. Deze bijzondere wet - die 31 maart 2010 inwerking is getreden - is bedoeld als maatregel ter bestrijding van de economische crisis, waarmee versneld de ontwikkeling en realisatie van specifiek daarvoor geselecteerde ruimtelijke en infrastructurele projecten mogelijk wordt gemaakt. De Crisis-en herstelwet zal in 2014 komen te vervallen.
Ter uitvoering van het Aanvullend Beleidsakkoord ‘Werken aan toekomst’ treft het kabinet maatregelen die werkgelegenheid creëren en een impuls geven aan vitale onderdelen van de economie, zoals de bouwnijverheid. Complexe regelgeving en tijdrovende besluitvorming staan een voortvarende uitvoering van die maatregelen veelal in de weg. De Crisis- en herstelwet moet daarin verandering brengen.
Dit heeft geresulteerd in een pakket maatregelen die deels blijvend gelden voor alle ruimtelijke projecten en die hun werking na 2014 behouden. Deze permanente maatregelen behelzen veelal een vereenvoudiging en stroomlijning van procedures.
De overige maatregelen zijn tijdelijk van aard, waarbij (met name) bestuursrechtelijke versnellende maatregelen voor een aantal geselecteerde projecten en categorieën van kracht worden, en bijzondere voorzieningen voor milieuontwikkelingsgebieden en innovatie mogelijk worden gemaakt.
Bij de bedoelde versnellende maatregelen kan worden gedacht aan:
- de mogelijkheid voor de gemeenteraad om ten aanzien van (woning-) bouwprojecten van meer dan 12 woningen een zogenaamd ‘projectuitvoeringsbesluit’ vaststellen (artikel 2.6 Crisis- en herstelwet). De wettelijke voorschriften op grond waarvan voor de ontwikkeling en realisering van een dergelijk project een vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist zou zijn, zijn dan niet van toepassing (onder meer de Flora- en faunawet uitgezonderd). Tegen een projectuitvoeringsbesluit staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling;
- de introductie van het ‘relativiteitsvereiste’: een besluit wordt door een administratieve rechter niet vernietigd wegens strijd met een (on-)geschreven rechtsregel of rechtsbeginsel wanneer deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich erop beroept;
- de versnelde behandeling van het beroep bij de Afdeling: de behandelingstermijn bedraagt 6 maanden te rekenen na afloop van de beroepstermijn;
- de afschaffing van de mogelijkheid om 'pro forma' beroep in te stellen en de mogelijkheid om na afloop van de beroepstermijn (aanvullende) beroepsgronden aan te voeren;
- de mogelijkheid om gebreken (ook materiële) in besluitvorming te passeren, wanneer (derde) belanghebbenden hierdoor niet worden geschaad.
De versnellende procedureregels van afdeling 2 van de Crisis- en herstelwet zijn van rechtswege van toepassing op een besluit dat onder art. 1.1 lid 1 van de wet valt. De werking van de Chw kan dus niet worden uitgesloten in bijvoorbeeld de situatie dat zowel het bevoegd gezag als de aanvrager een snelle doorlooptijd in procedures niet nodig/wenselijk vinden.
Weliswaar dient op basis van artikel 11 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, in de rechtsmiddelenclausule bij het besluit en bij de bekendmaking of mededeling van het besluit vermeld te worden dat het gaat om een besluit waarop afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de wet van toepassing is, het achterwege laten van
deze vermelding in de rechtsmiddelenclausule maakt niet, dat de Chw niet van toepassing is. Er is nog geen jurisprudentie over de vraag wat de consequenties dan wel zijn wanneer de rechtsmiddelenclausule niet wordt vermeld. In de nota van toelichting op het besluit wordt aangegeven dat het van belang is, dat het voor een ieder duidelijk is dat de Chw van toepassing is. Tegelijkertijd blijft het de eigen verantwoordelijkheid van degene die bezwaar wil maken of in beroep wil
gaan om zich goed te vergewissen wat de juridische status is.
De praktijk zal nu moeten uitwijzen of de met deze wet beoogde versnelling, kan worden gerealiseerd. Informatief is de ledenbrief van de VNG van 28 april 2010, waarin de hoofdlijnen van de inhoud van de wet worden uiteengezet; in een bijlage bij die brief wordt nader ingegaan op de concrete toepassing van de wet op gemeentelijk niveau.
Door: mr. M.E.W.M. Pals - Reiniers - april 2010
Contactpersonen: mr. M.E.W. M. Pals-Reiniers en mr. A.J.L. Claassen