Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

Op 1 oktober 2009 is de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ in werking getreden.  De bedoeling van deze wet is om burgers meer mogelijkheden te geven om op te komen tegen niet tijdige beslissingen van bestuursorganen. De wet is geïmplementeerd in de artikelen 4:17 t/m 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Dat voor burgers in het bestuursrecht veelal fatale termijnen gelden, terwijl op het laten verstrijken van beslistermijnen  door bestuursorganen over het algemeen geen enkele sanctie staat, wordt veelal als onbevredigend ervaren. Dit wordt nog versterkt vanwege het feit dat  burgers tot voor kort slechts over zeer beperkte mogelijkheden beschikten om een ‘stilzittend’ bestuursorgaan ertoe te bewegen om een besluit te nemen, namelijk door het maken van bezwaar tegen het niet-tijdig nemen van een besluit. De wet dwangsom en beroep bij niet-tijdig beslissen brengt in deze situatie verandering:  het niet tijdig beslissen wordt voor bestuursorganen minder vrijblijvend.

Wanneer de wettelijke of de ‘redelijke termijn’ voor het nemen van besluiten is verstreken, kan een belanghebbende (over het algemeen de aanvrager) het  bestuursorgaan (schriftelijk) in gebreke stellen en gelijktijdig aanspraak maken op de wettelijke dwangsom vanwege het uitblijven van een besluit. Het betreffende bestuursorgaan dient binnen twee weken na ontvangst van dit bericht alsnog het besluit te nemen, op straffe van een dwangsom. Het maximum aantal dagen dat een dwangsom kan worden verbeurd is vastgesteld op 42 dagen. Voor de eerste 14 dagen verbeurt de gemeente per dag een bedrag van € 20,00, voor de tweede 14 dagen, per dag een bedrag van € 30,00 en voor de overige dagen € 40,00. Het maximale bedrag dat verbeurd kan worden, is derhalve €.1.260,00.

Voorkomen moet uiteraard worden dat bestuursorganen deze dwangsommen ‘voor lief nemen’. Om die reden kan een belanghebbende, indien de twee weken na ingebrekestelling zijn verstreken,  en het bestuursorgaan nog steeds geen besluit heeft genomen, direct in beroep gaan bij de bestuursrechter. Het is dus niet (meer) nodig om voorafgaand aan het instellen van het beroep, eerst bezwaar te maken tegen het uitblijven van een besluit. Verklaart de rechter het beroep gegrond, dan is het bestuursorgaan verplicht om binnen twee weken na de gegrondverklaring een beslissing te nemen.

In de “Circulaire Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen” d.d. 19 november 2008 (later verduidelijkt door de “ aanvulling en verduidelijking Circulaires Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen”), wordt de toepassing van deze wet nader toegelicht. Uit deze circulaires volgt bijvoorbeeld vanaf welk moment een bestuursorgaan in gebreke kan worden gesteld wanneer er sprake is van een ‘redelijke’ termijn. Volgens de circulaires is een ingebrekestelling mogelijk, zodra de aanvrager van mening is dat een redelijke termijn verstreken is. Het bestuursorgaan kan dan ofwel binnen twee weken een beslissing nemen, ofwel de belanghebbende mededelen dat de redelijke termijn nog niet verstreken is. Deelt de belanghebbende deze mening niet, en stelt hij beroep in, dan is het aan de rechter om te bepalen wat in het specifieke geval als redelijke termijn kan worden beschouwd.

Mr. M.E.W.M. Pals-Reiniers