Integratie van wetgeving: de Waterwet en de Wabo



Inleiding
Een van de doelstellingen van ons huidige kabinet is vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. De nieuwe Waterwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voldoen aan deze doelstelling. Daarnaast sluiten beide wetten qua systematiek goed aan op de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro), waardoor de relatie met het ruimtelijk beleid wordt versterkt.

Waterwet
De Waterwet  stelt integraal waterbeheer centraal, en stroomlijnt en moderniseert de bestaande waterberheerwetten. De volgende acht bestaande wetten zijn in de Waterwet samengevoegd:
-           Wet op de waterhuishouding;
-           Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
-           Wet verontreiniging zeewater;
-           Grondwaterwet;
-           Wet droogmakerijen en indijkingen;
-           Wet op de waterkering;
-           Wet beheer rijkswaterstaatswerken (de ‘natte’ delen daarvan);
-           Waterstaatswet 1900 (het ‘natte’ gedeelte ervan).
 
Uitgangspunt achter de Waterwet is dat geen vergunning benodigd is, als het gaat om een activiteit die valt onder en voldoet aan de in de Waterwet opgenomen regels. Voor activiteiten die niet binnen de regels vallen, moet één integrale watervergunning worden afgegeven.
 
Een watervergunningaanvraag wordt beoordeeld op onder meer de doelstellingen van de Waterwet in hun onderlinge samenhang: kwaliteit, kwantiteit, hoogwaterbescherming, infrastructureel beheer en functievervulling. Vergunningverlenende instantie op grond van de Waterwet zijn respectievelijk het waterschap voor het regionale watersysteem, Rijkswaterstaat voor het hoofdwatersysteem en de provincies voor drie specifieke categorieën grondwateronttrekkingen en infiltraties.

Wabo
De Wabo maakt het mogelijk dat voor een project in één keer een intregrale vergunningsprocedure wordt doorlopen. Er is dan sprake van één vergunning, de omgevingsvergunning, via één procedure met één set indieningsvereisten, één procedure voor rechtsbescherming en handhaving door één instantie. Het nieuwe vergunningsstelsel vervangt ongeveer 25 bestaande stelsels van vergunning, ontheffing en andere toestemmingsstelsels door één omgevingsvergunning voor activiteiten ten aanzien van natuur, milieu, bouwen en ruimte die nu nog onder de volgende wetten vallen:  

-           VROM-wetten, zoals de Woningwet, het Gebruiksbesluit, de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening; 
-           Monumentenwet;
-           Mijnbouwwet;
-           Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
-           Diverse gemeentelijke en provinciale verordeningen;
-           Natuurbeschermingswet;
-           Flora- en Faunawet.
 
Er is één bevoegd gezag voor de vergunningverlening, in de meeste gevallen burgemeester en wethouders. Raakt de activiteit een provinciaal belang of een rijksbelang dan komt de bevoegdheid toe aan de provincie of de betrokken minister.

De Wabo bundelt verschillende deelvergunningen in één omgevingsvergunning. 
Afhankelijk van de complexiteit van een project waarvoor een omgevingsvergunning wordt verzocht, wordt een reguliere of een uitgebreide procedure gevolgd. De reguliere procedure kent een besluitvormingstermijn van 8 weken met de mogelijkheid van eenmalige verlenging van ten hoogste 6 weken. Termijnoverschrijding leidt tot een vergunning van rechtswege. De uitgebreide vergunningsprocedure kent geen fatale termijn.