NEN-normen: verbindend/onverbindend*

Op de laatste dag van 2008 bracht de rechtbank Den Haag de gemoederen in bouwend Nederland hevig in beroering met haar uitspraak over NEN-normen. In deze normen wordt voorgeschreven via welke methode aan de prestatie-eisen in het Bouwbesluit 2003 en de Regeling Bouwbesluit 2003 moet worden voldaan. De NEN-normen worden vastgesteld door het NNI al dan niet in opdracht van de Staat. Vraag is of NEN-normen een algemeen verbindend karakter hebben en zo ja, of zij in werking zijn getreden en dus verbindend zijn. De rechtbank Den Bosch geeft – ruim een jaar later – een nieuwe draai aan de discussie.

In de uitspraak van de rechtbank Den Haag (Knooble B.V. tegen de Staat en het NNI) werd geoordeeld dat NEN-normen weliswaar algemeen verbindende normen zijn, nu daarnaar wordt verwezen in het Bouwbesluit 2003 en de Regeling Bouwbesluit 2003, maar dat zij niet verbindend zijn. NEN-normen worden immers niet bekend gemaakt zoals in de Bekendmakingswet wordt voorgeschreven. Om die reden zijn ze – zo overwoog de rechtbank – nooit in werking getreden. De consequenties hiervan voor de praktijk zijn groot, denk onder meer aan de afgifte van bouwvergunningen of handhaving van verleende vergunningen wanneer de toetsing aan de NEN-normen wegvalt.

In afwijking van de uitspraak van de rechtbank Den Haag heeft de rechtbank Den Bosch in haar uitspraak van 5 februari jl. geoordeeld dat de omstandigheid dat de voorschriften van het Bouwbesluit – voor zover daarin wordt verwezen naar NEN-normen – niet overeenkomstig de Bekendmakingswet zijn bekendgemaakt, niet tot gevolg heeft dat deze bepalingen niet verbindend zouden zijn.

Volgens de rechtbank is voor de verwijzing in het Bouwbesluit naar NEN-normen een uitdrukkelijke wettelijke basis gegeven in artikel 3 Woningwet. Daarmee is het kennelijk de bedoeling van de wetgever geweest om de NEN-normen enkel door middel van verwijzing in het Bouwbesluit, het karakter en het effect van algemeen verbindend voorschrift te laten verkrijgen. Met andere woorden, de wetgever heeft een bekendmakingsregeling in het leven geroepen die afwijkt van die van de Bekendmakingswet. Een andere uitleg zou volgens de rechtbank van artikel 3 Woningwet een nodeloze bepaling maken. In artikel 89 Grondwet is de bekendmaking en inwerkingtreding van algemene maatregelen van bestuur en andere algemeen verbindende voorschriften geregeld. Ook als de Woningwet hiermee strijdig zou zijn, blijft dit zonder gevolgen. Immers, artikel 120 Grondwet bepaalt dat wetten in formele zin niet aan de Grondwet mogen worden getoetst. 

Het Hof Den Haag heeft in november arrest gewezen in het hoger beroep dat de Staat had aangetekend tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens het Hof zijn de NEN-normen waarnaar in het Bouwbesluit wordt verwezen geen algemeen verbindende voorschriften aangezien zij niet zijn vastgesteld op grond van een regelgevende bevoegdheid, maar op grond van privaatrechtelijke afspraken tussen marktpartijen. De normen zijn aan te duiden als 'publiekrechtelijk algemeen geldende normen' en hoeven derhalve niet gratis verstrekt te worden.

Knooble heeft aangegeven in cassatie te zullen gaan. Het laatste woord is daarmee aan de Hoge Raad om 'door te halen wat niet van toepassing is'.

Mr. M.E.W.M. Pals-Reiniers