Onverbindend verklaarde bouwlegesverordening van de gemeente Utrecht

De gemeente Utrecht is als gevolg van het arrest van de Hoge Raad van 13 april jl. voor een dure verrassing komen te staan. De legesverordening is onverbindend verklaard, met als uiteindelijk gevolg de verplichting voor de gemeente Utrecht om onterecht ontvangen leges terug te betalen.

 

In artikel 229b van de Gemeentewet is vastgelegd dat de tarieven van de gemeentelijke belastingen zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. Er is derhalve sprake van een opbrengstlimiet: gemeenten mogen niet aan het heffen van gemeentelijke belastingen verdienen.

 

De gemeente Utrecht heeft de opbrengstlimiet van artikel 229b van de Gemeentewet overschreden bij het heffen van bouwleges op grond van de gemeentelijke bouwlegesverordening. Althans, de gemeente Utrecht kon onvoldoende inzicht bieden in zowel de aard als de omvang van de kosten ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning. De Hoge Raad oordeelt daarom in haar uitspraak d.d. 13 april 2012, NR11/02789 (LJN: BW1928)  dat de legesverordening van de gemeente Utrecht algeheel onverbindend is.

 

De Hoge Raad heeft – samengevat – als volgt overwogen:

 

Het door een heffingsambtenaar niet verstrekken van de vereiste inlichtingen, causaal geordend en cijfermatig ingevuld, betekent dat een gemeente niet aan de motiveringseis heeft voldaan. Er moet dan worden aangenomen dat de opbrengstlimiet is overschreden. De omstandigheid dat de heffingsambtenaar niet de vereiste inlichtingen heeft verstrekt over posten, die door belanghebbende in twijfel zijn getrokken, brengt mee dat niet kan worden beoordeeld of er posten zijn die niet dienden ter dekking van kosten waarvoor de leges mochten worden geheven, en zo ja welke posten dat waren en in welke mate de opbrengstlimiet daardoor is overschreden. Dientengevolge kan niet worden toegekomen aan de toets of de gemeentelijke verordening slechts partieel onverbindend is. De slotsom is dan ook dat de verordening in haar geheel onverbindend is, zodat de legesnota moet worden vernietigd.

 

Het gevolg van deze algehele onverbindendheid is dat de grondslag tot het betalen van de bouwleges wegvalt en daarmee ook de verschuldigdheid tot het betalen van bouwleges. De gemeente Utrecht zal hoogstwaarschijnlijk zo snel mogelijk een nieuwe legesverordening opstellen om leges te ontvangen voor nieuwe bouwvergunningaanvragen ofwel de verschuldigde leges van een deugdelijke onderbouwing voorzien.

 

Deze uitspraak wijst uit dat het steeds raadzaam is voor partijen die bouwen in de gemeente Utrecht en eventueel ook andere gemeenten, waarbij een vergelijkbare problematiek kan spelen, om na te gaan op welke grondslag legesbeschikkingen zijn afgegeven en om te overwegen binnen de bezwaartermijn van zes weken een bezwaarschrift in te dienen. Voor reeds onherroepelijke beschikkingen is verhaal van teveel betaalde leges in beginsel slechts mogelijk ingeval van zogeheten klemmende bezwaren.

 

Door: mr. R.M.J. van de Wiel – mei 2012

 

Contactpersoon: mr. A.J.L. Claassen